Telefoniste

De glorietijden van de telefoniste behoren inmiddels tot een ver verleden dat we alleen nog uit oude films kennen. Ze liggen in de beginjaren van de telefonie rond 1900 en vóór de geleidelijke automatisering van het telefoonnet vanaf de jaren 20 van de twintigste eeuw. In die tijd moest elke verbinding tussen twee gespreksdeelnemers, door het ompluggen van kabeltjes op enorme switchboards, met de hand gelegd worden. Het netwerk was toen nog geen onveranderlijk en zelfstandig mediatechnisch gegeven; het moest bij elk contact steeds weer opnieuw worden geknoopt.

Dit was de taak van grote legers van (voornamelijk) vrouwelijke telefonistes – operators – in de switchboard-zalen van de grote telefoonmaatschappijen. (New York Telephone, opgericht in 1896, had in 1910 niet minder dan 6.000 telefonistes in dienst). Misschien werden deze telefonistes (en hun gedrag) ook daarom zo streng door hun meestal mannelijke opzichters in de gaten gehouden omdat ze (in potentie) over een immense macht beschikten – de macht bijvoorbeeld, om met vriendelijke maar toch strenge stem “Please hold” te zeggen en je dan wel of niet door te verbinden.

In ieder geval waren de telefonistes experts in het opzoeken en leggen van verbanden. Als bemiddelende instanties van het netwerk konden ze niet alleen weten wie met wie contact had, maar ook hoe lang en hoe vaak. Ze waren de ghost in the machine, de knooppunten van waaruit het netwerk zich zelf kon bekijken en zijn patronen bestuderen.

Een restant van de oude glorie van de telefoniste is nog bewaard gebleven in de figuur van de secretaresse als telefoniste, die als poortwachter van de baas en alwetende spin in het web van het sociale netwerk van een bedrijf of institutie fungeert; denk bijvoorbeeld aan de secretaresse Joan Holloway in de mannenwereld van de Amerikaanse televisieserie Mad Men. Maar in tijden van geautomatiseerde netwerken en elektronische keuzemenu’s lijkt de actieve rol van de telefoniste voorgoed verleden tijd: “Als u met een van onze medewerkers wilt spreken, toets dan een 3.” De telefoniste is dood maar het netwerk leeft.

Lemma’s:

  • Dialogic criticism
  • New historicism
  • Novel
  • Text and writing
  • Semiotics (de Saussure, 325)
  • Postcolonial studies

Literaire teksten:

  • Charlotte Brönte. Jane Eyre (frag.)
  • Jean Rhys. Wide Sargasso Sea
  • CASE STUDY: J.M. Coetzee. Elizabeth Costello. (frag.)

Comments are closed.