Monnik
Met de “monnik” associeer je in eerste instantie misschien het kluizenaarsbestaan van iemand die zijn hele leven aan het nakomen van religieuze plichten (godsdienst, gebed) en contemplatie wijdt. Celibaat, ascese, armoede. De term ‘monnik’ is dan ook afkomstig van het Griekse μοναχος (monachos), wat “eenzaam” betekent; ‘klooster’ gaat terug op het Latijnse claustra (= grendel, afsluiting, cel).
Met name in de middeleeuwen voerden monniken echter niet alleen een bestaan als dienaar van god, maar ook als dienaar van teksten. In de tijd vóór de uitvinding van de drukpers in Europa door Johannes Gutenberg rond 1450 was een van de belangrijkste taken van veel monniken het kopiëren van kostbare handschriften, van de Bijbel natuurlijk, maar ook van andere teksten. Geleerde monniken en theologen zoals Bernardus van Clairvaux (1090-1153) schreven religieuze traktaten en preken en voorzagen canonieke bijbelteksten uitgebreid van commentaren en interpretaties (exegese) om hun eigenlijke betekenis duidelijk te maken. (Van Bernardus zijn vooral zijn preken over het Hooglied, een erotische tekst uit het oude testament, bekend, maar ook zijn theologische rechtvaardiging van de tweede christelijke kruistocht naar het nabije Oosten, 1147-1149). Kloosterbibliotheken waren lange tijd de belangrijkste bewaarplaatsen van boeken en schakelpunten in de archivering en overdracht van kennis in het algemeen.
Op theologisch gebied speelden monniken als kopisten en commentatoren een belangrijke rol bij het ontstaan van een lange interpretatiegeschiedenis van de Bijbel en de integratie van de antieke filosofie, bijv. van teksten van Aristoteles, in de christelijke theologie. Cruciaal voor de overlevering van Aristoteles’ filosofische en poëticale teksten was echter wel de Spaans-arabische geleerde Ibn Rushd/Averroës (1126-1198) die in de 12de eeuw aan het Mohammedaanse hof in Spanje commentaren op Arabische vertalingen van Aristoteles schreef. In de chaotische tijden voor en na de val van het Romeinse rijk waren in West-Europa de meeste geschriften van Aristoteles verloren gegaan en zijn filosofie in vergetelheid geraakt.
De Duitse monnik, theoloog en reformator Maarten Luther (1483-1546) bracht de rol van zijn collega’s als commentatoren van bijbelteksten tijdens de reformatie een misschien wel even zware slag toe als Gutenberg dat met de uitvinding van de drukpers voor hun rol als kopisten had gedaan. Volgens Luther moest namelijk elke gelovige in staat worden gesteld om de bijbel zelf in volkstaal te kunnen lezen en te begrijpen. Zijn motto sola scriptura (= alleen door de Bijbel zelf) ging dwars in tegen de autoriteit van commentaar en traditie in de katholieke kerk en legde de nadruk op de directe interpretatie door de gelovigen zelf. Niettemin was het later in de 19e eeuw juist de protestantse theologie die belangrijke impulsen voor het ontstaan van de hermeneutiek (de interpretatieleer) als literatuurwetenschappelijke methode gaf. Hedendaagse “monniken” die in blogs en online-fora eindeloos en onvermoeibaar over de betekenis van hun favoriete films, romans en andere teksten debatteren staan dus in een hele lange traditie – langer dan ze zelf misschien denken.
Materiaal
Lemma’s:
- interpretation and hermeneutics
- semiotics (Pierce)
- canon of literature
- intentional fallacy
- textual criticism
Literaire teksten:
- Gustave Flaubert. De verzoeking van de heilige Antonius (frag.)
- CASE STUDY: Alan Moore and Kevin O’Neill. The League of Extraordinary Gentlemen (frag.)